De Berberstijl vindt zijn oorsprong in de nomadische tradities van het Atlasgebergte in Noord-Afrika, waar handgeweven kleden werden gemaakt voor huiselijke warmte en bescherming tegen de elementen. Door de generaties heen is de esthetiek, gekenmerkt door een dikke, pluche pool en minimalistische, geometrische motieven, gereisd en geëvolueerd, en heeft het een levendige tweede thuis gevonden in de weefcentra van Afghanistan.
In de context van vakmanschap uit de regio, verwijst de term 'handgeknoopt' naar de techniek van het knopen van individuele wolvezels op een basis. Dit is een eeuwenoude methode die meer controle biedt over het patroon en de dichtheid in vergelijking met andere weefstijlen. De 2-draads constructie die vaak in deze regio wordt gebruikt, betekent dat de wol wordt getwist voor extra sterkte, wat resulteert in een pool die glanzender en beter bestand is tegen dagelijks gebruik.
Visueel staan deze kleden bekend om hun focus op negatieve ruimte en abstracte, vaak spontane, geometrische patronen. Waar traditionele ontwerpen ruiten of gebroken lijnen kunnen bevatten, integreert de moderne evolutie van de stijl vaak meer artistieke, vloeiende motieven. Het gebruik van aardse, ongeverfde of natuurlijk geverfde wol is een kenmerk dat de verbinding van het vloerkleed met het landschap eert.
Het verzamelen van een vloerkleed uit deze traditie is een investering in cultureel erfgoed en menselijk vakmanschap. Omdat deze stukken met de hand worden gemaakt zonder het gebruik van geautomatiseerde weefgetouwen, dragen ze de subtiele imperfecties van de menselijke hand, die worden gevierd als tekenen van authenticiteit. Het bezitten van zo'n vloerkleed is een manier om verbinding te maken met een lange lijn van ambachtslieden die dit essentiële vak door veranderende tijden heen levend hebben gehouden.